De teelt van de honingbij

(Vertaling: Geert van Eizinga)                                                                                

Broeder Adam in Zweden, 1983

Overwegingen ter introductie

Allereerst wil ik mijn dank uitspreken voor de uitnodiging om dit geschrift over de teelt van de honingbij te komen voorstellen. U zult bemerken dat ik hier niet op het feitelijke telen van koninginnen zal ingaan. Sinds bijna een eeuw wordt dat onderwerp reeds van alle kanten belicht vanuit elk mogelijk standpunt. Om koninginnen te telen die van de allerbeste kwaliteit zijn is, zoals iedereen weet, een zaak van kardinaal belang, want als de vitaliteit van een koningin op een of andere wijze verzwakt is, dan worden zowel haar eigen genetische mogelijkheden als die van haar nakomelingen ongunstig beïnvloedt. Een overduidelijk verlies aan vruchtbaarheid van een koningin zal gewoonlijk een van de meest duidelijke consequenties zijn. Dit verlies zal op haar beurt weer zichtbaar worden in het verminderde haalvermogen van een volk. Zulke volken zullen een gebrek aan ijver vertonen en ook op andere punten falen.

Je moet inloggen om de rest van deze inhoud te bekijken.Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan

Please Login to Comment.