Koninginnenteelt

Als je problemen hebt met het vinden van een cursus koninginnenteelt of je staat op een wachtlijst voor een cursus of je kunt er niet naar toe wegens drukke werkzaamheden en je wilt toch al starten dan is er hier een digitale cursus koninginnenteelt.

Je kunt deze cursus volgen waar en wanneer je maar wilt.

In deze cursus vind je een gedegen stuk theoretische en praktische kennis. Als je die hebt bestudeerd rest alleen nog de aanschaf van materiaal en het zoeken van een imker waar je de larfjes kunt halen en misschien heb je zelf wel een teeltmoer.

Het kunstje om een larf te verplaatsen is niet zo moeilijk en heb je met wat oefening binnen een uur onder de knie. Belangrijker is echter een gedegen theoretische kennis van de koninginnenteelt. Het is bijvoorbeeld heel belangrijk te weten aan welke criteria een volk, starter en pleegvolk dienen te voldoen om perfecte koninginnen te kunnen telen.

Daarvoor hoef je niet 8 of 10 keer 50 km voor te rijden om je die kennis eigen te maken.

Dat kan hier, nu en overal waar en wanneer je dat wilt.

U moet zijn ingelogd om u in te schrijven voor deze cursus

De cursus geeft je inzicht in de eenvoudige genetica bij de honingbij, de voorwaarden om goede koninginnen te telen, teeltmethoden, starters, pleegvolken, bevruchtingkastjes en het invoeren van je zelf geteelde koninginnen in volken.

Bovendien kun je mijn e-book “koninginnenteelt” downloaden.

De cursus bevat 15 downloadbare lessen en kost 80 euro.

Klik op onderstaande knop, betaal per paypal en je hebt direct toegang tot de cursus.

U moet zijn ingelogd om u in te schrijven voor deze cursus

Lees hier de algemene voorwaarden

De cursus bestaat uit de volgende lessen:

  1. Les 1: Soorten koninginnen die in een volk kunnen voorkomen

    Hieronder een stukje geschreven door Jay Smith in zijn boek “Better Queens.” Jay was een koninginnenteler die zeker 50 jaar lang duizenden koninginnen per jaar teelde. Hij verteld hier welke meer of minder ontwikkelde koninginnen in een volk kunnen voorkomen. Die ontwikkeling heeft alles te maken met de hoeveelheid koninginnengelei die zij als larf kregen. Misschien herkent u iets.

  2. Les 2: Waarom koninginnenteelt?

    Waarom zou je aan koninginnenteelt gaan doen als de bijen alles zelf wel kunnen regelen?

    Inderdaad is dat een punt want zonder ingrijpen van de mens heeft de honingbij miljoenen jaren in het wild kunnen overleven. De mens hield zich in die oertijden alleen bezig met honing jagen zoals dat nog steeds in bijvoorbeeld Nepal gebeurt. Later is men de honingbij gaan houden in allerlei behuizingen en ook dat ging goed.

  3. Les 3: Voorwaarden om goede koninginnen te telen;

    Voor we ons daadwerkelijk gaan bezighouden met de koninginnenteelt moet ik opmerken dat het van het grootste belang is dat er door ons perfecte koninginnen worden geteeld. Perfecte koninginnen gaan langer mee, worden beter aangenomen, zijn vruchtbaar en vitaal.

  4. Les 4: Zwermen en zwermcondities

    Koninginnen telen is niet alleen het kunstje beheersen om een larve jonger dan 36 uur in een cup te plaatsen. Koninginnen telen is ook de condities kennen waaronder een perfecte koningin kan worden gekweekt. Deze condities moeten we nabootsen, of nog beter evenaren, om zelf perfecte koninginnen te kunnen telen.

  5. Toets 1 (Na les 4)

    Om verder te gaan met de lesstof dien je nu een tentamen te maken over de voorgaande 4 lessen.

    Hieronder vind je de toets.

  6. Les 5: Diverse methoden om goede koninginnen te telen

    In deze les worden de methoden besproken om goede koninginnen te telen.
    Na deze les kun je aangeven waarom deze methoden beter zijn dan de algemeen toegepaste overlarfmethode met larfnaald.

    Methode Jay Smith
    Voor de kleine imker of de hobby-imker die 12 tot 50 perfecte koninginnen wil telen is geen speciaal materiaal nodig.

  7. Les 6: Starters

    In deze les leer je verschillende starters te maken. Allemaal hebben ze zo hun voor- en nadelen. Je gebruikt die starter die jou in bepaalde omstandigheden het beste uitkomt.

    In de vorige lessen heb ik het er al over gehad. Als je gaat overlarven dient er een starter gereed te staan om de larven in te hangen. Er zijn verschillende soorten starters die we hier zullen bespreken. Kies voor jouw situatie de makkelijkste of meest praktische methode.

    Starter 1: Drieramer als starter......

  8. Toets 2 (na les 6)
  9. Les 7: Teeltschema en overlarven

    In deze les leer je:

    Welke bijen er in de bijenkast voorkomen en waar zij zich in de kast ophouden;
    Wanneer en hoe bijen één of meerdere koninginnen telen;
    Het tijdplan voor het telen van een koningin;
    Benodigde materialen om te starten met de koninginnenteelt;
    3 succesvolle starters;

  10. Les 8: Pleegvolken

    Na deze les kun je een aantal soorten pleegvolken opnoemen met hun specifieke voor- en nadelen. Je kent de condities waaraan een goed pleegvolk moet voldoen en hoe je dat kunt bereiken.

  11. Toets 3 (na les 8)

    Dit is de toets voor les 8

  12. Les 9: Bevruchtingskastjes

    In deze les bespreken we een aantal veel voorkomende bevruchtingskastjes. Na het doorwerken van de les kent u de verschillende bevruchtingskastjes met hun voor- en nadelen.

  13. Les 10: Het vullen van bevruchtingskastjes met bijen
  14. Toets 4 (na les 10)
  15. Les 11: Wat doen we met de koninginnen? (informatief)

    Met de geteelde koninginnen kun je verschillende dingen doen. Je kunt ze invoeren in een volk(je) of bewaren.

    In deze les staan verschillende mogelijkheden. Kies die methode die voor jou het meest van toepassing is.

  16. Les 12: Mendel

    Voordat we de erfelijkheid bij de honingbij bekijken gaan we eerst naar de algemeen geldende wetten voor de overdracht van erfelijke factoren.
    Deze algemeen geldende wetten zijn door nauwkeurige proeven en waarnemingen gevonden door Augustijnermonnik Gregor MENDEL (1822-1884).

  17. Les 13: Beginselen van de genetica bij bijen 1

    Waarom doe je bepaalde handelingen en waarom teel je koninginnen uit een bepaald volk?

    Waarom breng je dit jaar je onbevruchte koninginnen naar bijvoorbeeld het Duitse waddeneiland Baltrum in plaats van naar Ameland waar je altijd je koninginnen liet bevruchten?

    Bovenstaande keuzes kun je na afloop van deze cursus bewust maken omdat je dan de benodigde kennis bezit.

  18. Les 14: Beginselen van genetica bij bijen 2

    Wat leer je in deze les?
    Het verschil tussen genotype of genoom en fenotype.
    Het verschil tussen dominant en recessief.
    Wat er gebeurt als je één of meerdere volken gaat intelen.

  19. Les 15: Voortplanting zoogdieren versus honingbijen

    Bij voortplanting van zoogdieren is er voor ieder individu een vader en een moeder nodig. Dit geldt zowel voor mannelijke als vrouwelijke individuen.
    In het schema hieronder is dit aangegeven.

  20. Toets Genetica

 

U moet zijn ingelogd om u in te schrijven voor deze cursus

Les 1: Soorten koninginnen die in een volk kunnen voorkomen